top of page

De laatste stap in zelfleiderschap: Omgaan met beren op de weg

  • Foto van schrijver: Wilko
    Wilko
  • 12 minuten geleden
  • 3 minuten om te lezen


Het werken aan een gesteld doel vraagt vaak om ander gedrag dan je tot nu toe hebt laten zien (anders had je je doel al wel behaald). Dat betekent dat er een kans is dat je tegen bestaande overtuigingen in gaat bewegen. Overtuigingen zijn meestal ontstaan omdat ze je vroeger hielpen. Perfectionisme heeft bijvoorbeeld geleid tot hard werken en dat heeft er voor gezorgd dat je nu staat waar je staat. Op het moment dat je andere dingen wil kan het echter zijn dat die overtuiging nu niet meer helpend is. Op dat moment noemen we zo een overtuiging ‘belemmerend’ of ‘irrationeel’.


Deze overtuiging stuurt je gedrag. Je gaat dan meestal hard werken om te zorgen dat jouw overtuiging waar wordt (bijvoorbeeld heel hard werken om te voorkomen dat je fouten maakt bij perfectionisme). Dit kan je dus tegenhouden om nieuwe dingen te proberen. Wat je dan wil doen is het formuleren van een nieuwe (helpende) overtuiging om je belemmerende overtuiging minder bepalend te laten zijn.


Een methode om belemmerende overtuigingen op te sporen is de zogenaamde ABCDE methode (Ellis & Baldon, 1993). Deze is gestoeld op de veronderstelling dat een gebeurtenis (A) een gedachte (B) oproept. De gedachte veroorzaakt vervolgens het gevoel (C) waar je over het algemeen naar handelt. De eerste stap in deze methode is dus het ABC te ontrafelen en op te schrijven. Stap D is het kritisch bevragen van de gedachte, klopt deze wel? Hoe zou het ook kunnen zitten? Vervolgens kun je in stap E de gedachte B aanpassen (bijvoorbeeld van ‘hij levert kritiek omdat hij me niet aardig vindt’ in ‘hij geeft me feedback zodat ik mijn werk de volgende keer beter kan doen’). Deze gedachte roept een heel ander gevoel en dus ook ander gedrag op.


Een bekend rijmpje wat dit proces ook duidelijk maakt:


Ik zie een beer

Ik denk dat ik in gevaar ben

Ik voel me bang

Ik ren weg

 

Wat je in dit voorbeeld ook ziet is dat jouw reactie vaak een effect heeft dat de oorspronkelijke gedachte bevestigt. Als je wegrent voor een beer komt hij achter je aan en blijkt dus inderdaad dat je in gevaar was. Als je blijft staan is er vaak echter niet veel aan de hand (niet thuis uitproberen!)

Een belangrijk punt in deze techniek is dat je je steeds meer gaat realiseren dat je niet je gedachten bent, maar gedachten hebt. Vervolgens heb je de vrijheid om te kiezen naar welke gedachten je ook handelt. Het is dus belangrijk dat je niet stopt bij het formuleren van helpende overtuigingen. De laatste (heel belangrijke) stap is dus om je gedrag in lijn te brengen met je helpende overtuiging. Een vraag die je zou kunnen stellen is, welk gedrag zou ik laten zien op het moment dat ik me laat leiden door mijn helpende overtuiging? Het vertonen van dat gedrag kun je vervolgens als doel stellen en daar alle andere aspecten van zelfleiderschap op toepassen.

 

Veelvoorkomende belemmerende overtuigingen

·         Ongezond perfectionisme (‘ik mag geen fouten maken’)

·         Rampdenken (‘Ver vooruit bedenken wat er allemaal mis zou kunnen gaan’)

·         Aardig gevonden worden (‘iedereen moet mij aardig vinden’)

Helpende overtuigingen

·         Ongezond perfectionisme (‘Als een ander een fout maakt vind ik dat ook niet erg’)

·         Rampdenken (‘wat is het ergste dat er zou kunnen gebeuren?’)

·         Aardig gevonden worden (‘Ik vind zelf ook (lang) niet iedereen aardig’)


Ellis, A., & Baldon, A. (1993). RET Een andere kijk op problemen. Zaltbommel: Thema.

 
 
 

Opmerkingen


©2022 door Vermeulen Leiderschap en ontwikkeling.

bottom of page